WP 7 Scheidsrechters

WP-7 Scheidsrechters

Het gebruik van communicatieapparatuur door de scheidsrechters gedurende de wedstrijd: Gedurende de wedstrijd hebben beide scheidsrechters een audio-headset om onderling te communiceren. De delegate beschikt ook over een headset, maar slechts om te luisteren en relevante informatie door te geven aan de jurytafel en daarmee helderheid te borgen.

(KNZB: Alleen tijdens door het bondsbestuur aangewezen wedstrijden wordt gebruik gemaakt van de audioheadset)]

7.1

De scheidsrechters hebben de algehele leiding van het spel. Hun gezag over de spelers blijft van kracht gedurende de gehele tijd dat zij en de spelers binnen het zwembad verblijven. Alle beslissingen van de scheidsrechters met betrekking tot feitelijke zaken zijn bindend en aan hun uitleg van de spelregels moet gedurende het spel gevolg worden gegeven. De scheidsrechters gaan bij elke situatie gedurende het spel niet uit van veronderstellingen maar van de feiten en interpreteren naar beste vermogen wat zij waarnemen.

7.2

De scheidsrechters fluiten voor het begin of herbegin van de wedstrijd en voor het toekennen van doelpunten, doelworpen en hoekworpen (al dan niet door de grensrechter aangegeven), neutrale inworpen en inbreuken op de spelregels. Een scheidsrechter mag een genomen beslissing wijzigen, mits hij dat doet voordat de bal weer in het spel is gebracht. instanties verslag uit.

7.3

De scheidsrechters hebben de bevoegdheid voor een gewone fout, uitsluitingsfout of strafworpfout toe te kennen of niet toe te kennen, afhankelijk van het feit of toekenning voordeel oplevert voor het aanvallende team. Hun beslissing bij het toekennen van een fout zal in het voordeel zijn van het aanvallende team en zij zullen afzien van het toekennen van de overtreding, indien zij van mening zijn dat dit een voordeel oplevert voor het team dat de overtreding begaat.

[Opmerking: De scheidsrechters zullen dit principe in z'n volle omvang toepassen.]

(KNZB: De scheidsrechter die een foutief teken geeft of scheidsrechters die ieder verschillende tekens geven moeten zich de bal laten aangeven. Nadat zij, eventueel na onderling overleg, het goede teken en de plaats van overtreding hebben aangegeven moeten zij de teams voldoende tijd geven om hun posities in te nemen alvorens de bal in het speelveld te werpen en een teken te geven dat de worp, ter voortzetting van het spel, genomen kan worden.)

(KNZB: De scheidsrechters moeten indien zij een juryfout vaststellen, resp. indien zij van mening zijn dat de jurysignalen niet duidelijk waren, de speeltijd terug zetten naar het moment in de wedstrijd waarop zich deze situatie voordeed. Alle tussentijdse voorvallen die op het wedstrijdformulier geregistreerd werden zullen daarbij vervallen met uitzondering van die fouten gemaakt tegen de regels WP 22.13 en WP 22.14 (uitsluiting voor de verdere duur van de wedstrijd). De vervanging overeenkomstig WP 22.13 en WP 22.14 wordt daarbij geacht te hebben plaatsgevonden op het tijdstip van herbegin na zo'n situatie.)

7.4

De scheidsrechters hebben de bevoegdheid elke speler uit te sluiten overeenkomstig de betreffende spelregel en de wedstrijd te staken als een speler, daartoe gelast, zou weigeren het water te verlaten.

7.5

De scheidsrechters hebben de bevoegdheid om elke speler, vervanger, teambegeleider of toeschouwer te gelasten de zwemzaal te verlaten wiens gedrag hen verhindert hun functie op een behoorlijke en onpartijdige wijze uit te voeren.

7.6

De scheidsrechters hebben de bevoegdheid de wedstrijd op elk moment te staken indien, naar hun oordeel, het gedrag van de spelers of toeschouwers of andere omstandigheden een regelmatig verloop verhinderen. Indien de wedstrijd gestaakt moet worden, brengen de scheidsrechters aan de bevoegde instanties verslag uit.