WP 5 Teams en vervangers

WP-5 Teams en vervangers

5.1

Elk team bestaat uit maximaal dertien spelers: elf veldspelers en twee doelverdedigers. Bij aanvang van de wedstrijd begint elk team met maximaal zeven spelers, van wie er één de doelverdediger is die de daarbij behorende cap moet dragen. Er zijn vijf reservespelers en één reservedoelverdediger, die uitsluitend als doelverdediger mag worden ingezet. Van een team dat minder dan zeven spelers heeft zal niet worden geëist dat het team met een doelverdediger speelt.

5.2

Alle spelers die op enig moment niet aan het spel deelnemen moeten samen met de coaches en teambegeleiders, met uitzondering van de hoofdcoach, op de spelersbank van het team zitten. Behalve gedurende de rusttijden tussen speelperioden of gedurende time-outs mogen de spelers en teamofficials de spelersbank niet verlaten. Het is de hoofdcoach van het aanvallende team toegestaan zich te begeven tot de 6-meterlijn. De teams wisselen van speelzijden en spelersbanken na twee speelperioden. De spelersbanken voor de teams zijn beide gesitueerd aan de zijde tegenover de jurytafel.

(KNZB: Op een bank mogen maximaal drie coaches/begeleiders en zes reservespelers, met hun cap op, plaats nemen.)

5.3

De aanvoerders zijn spelers van hun respectievelijke teams en zij zijn elk verantwoordelijk voor het goede gedrag en de discipline van hun team.

(KNZB: Wanneer de aanvoerder voor de verdere duur van de wedstrijd wordt uitgesloten dient een vervanger zich als zodanig kenbaar te maken aan de scheidsrechters.)

5.4

De spelers moeten ondoorzichtige zwemkleding of zwemkleding met daaronder een afzonderlijk broekje/slip dragen en zij moeten, voordat zij aan het spel deelnemen, zich van alle voorwerpen ontdoen welke letsel zouden kunnen veroorzaken.

5.5

Spelers mogen geen vet, olie of ander vergelijkbaar product op het lichaam hebben dat een voordeel kan geven. Indien de scheidsrechter vóór de wedstrijd constateert dat een dergelijke substantie is gebruikt dan geeft hij opdracht dit onmiddellijk te verwijderen. Het begin van de wedstrijd wordt niet uitgesteld om de  substantie te kunnen verwijderen. Als deze overtreding ontdekt wordt nadat het spel is begonnen, dan wordt de overtredende speler voor de verdere duur van de wedstrijd uitgesloten en wordt het een vervanger direct toegestaan in het speelveld te komen via het terugkomvak bij zijn eigen doellijn.

5.6

Op ieder willekeurig moment mag een speler worden vervangen door het speelveld te verlaten via de voor het eigen team aangewezen wisselzones. De vervanger mag vanuit het terugkomvak in het speelveld komen zodra de te vervangen speler in het terugkomvak zichtbaar boven water is gekomen. Vervanging via de wisselzone aan de zijkant van het speelveld is toegestaan wanneer beide spelers, de speler die het spel verlaat en zijn vervanger, zich in het water bevinden, buiten het speelveld en elkaars hand raken boven water

(KNZB Opmerking: Spelers moeten elkaars hand zichtbaar boven water raken nadat beide spelers buiten het speelveld met hun hoofd boven water zijn gekomen)
.
Een doelverdediger mag alleen worden vervangen door een reservedoelverdediger. Van een team dat minder dan zeven spelers heeft zal niet worden geëist dat het team met een doelverdediger speelt. Er mag geen vervanging plaatsvinden tussen het tijdstip van het door een scheidsrechter toekennen van een strafworp en het nemen van die worp.

[Opmerking: wanneer zowel de doelverdediger als de reservedoelverdediger niet kunnen of mogen spelen zal, wanneer ten minste zeven spelers speelgerechtigd zijn, een team verplicht worden een speler aan te wijzen die als doelverdediger ingezet wordt. Deze speler zal de rode cap dragen.]

Wanneer gedurende het spel een team geen vervangende spelers meer heeft, de reservedoelverdediger niet meegerekend, mag de doelverdediger of de reservedoelverdediger worden ingezet als veldspeler.

5.7

Een vervanger mag vanaf iedere willekeurige plaats in het speelveld komen:

(a) tijdens de rusttijden tussen de speelperioden;
(b) nadat een doelpunt is gemaakt;
(c) gedurende een time-out;
(d) bij het vervangen van een speler die een bloedende wond heeft of geblesseerd uitvalt.

5.8

Een vervanger moet gereed liggen om een speler zonder oponthoud te vervangen. Indien hij niet gereed ligt gaat het spel zonder hem verder en mag hij op ieder moment vanuit de voor zijn eigen team aangewezen wisselzones in het speelveld komen, met het aanraken van elkaars hand, waar dat van toepassing is.

5.9

Een doelverdediger die vervangen is mag zodra hij weer aan het spel deelneemt uitsluitend als doelverdediger worden ingezet.

5.10

Indien een doelverdediger om medische redenen uitvalt, staan de scheidsrechters onmiddellijke vervanging toe door de reservedoelverdediger.