WP 4 Caps

WP-4 Caps

4.1

De caps van de teams moeten afwijkend van kleur zijn, zij moeten anders dan egaal rood zijn en moeten verschillen van de kleur van de bal, dit ter goedkeuring door de scheidsrechters.

De scheidsrechters kunnen van ieder team verlangen dat zij witte of blauwe caps draagt. De doelverdedigers dragen een rode cap. De caps worden met bandjes onder de kin vastgemaakt en als een speler zijn cap gedurende het spel verliest, zet hij deze weer op bij de eerstvolgende geschikte onderbreking van het spel, wanneer het team van betreffende speler balbezit heeft. De caps moeten gedurende de gehele duur van de wedstrijd worden gedragen.

4.2

Caps moeten voorzien zijn van veerkrachtige oorbeschermers en deze moeten dezelfde kleur hebben als de caps van het team, met uitzondering van de oorbeschermers van de doelverdediger welke rood mogen zijn.

4.3

De caps moeten op beide zijkanten genummerd zijn met cijfers die 0.10 meter hoog zijn. De doelverdediger draagt capnummer 1 en de overige caps zijn genummerd van 2 tot en met 13. Een vervangende doelverdediger moet een rode cap met nummer 13 dragen. Het is een speler niet toegestaan om gedurende de wedstrijd van capnummer te wisselen behalve met toestemming van een scheidsrechter en registratie door de secretaris.

(KNZB: Het is niet toegestaan het zelfde nummer als een medespeler te dragen.)

4.4

Bij internationale wedstrijden moeten de caps aan de voorzijde zijn voorzien van het internationale drieletter landenmonogram en mogen de caps zijn voorzien van de nationale vlag. Het landenmonogram mag niet meer dan 0,04 meter hoog zijn.