WP 26 Ongeval, letsel of ziekte

WP 26 Ongeval, letsel of ziekte

26.1

Het is een speler gedurende het spel slechts toegestaan het water te verlaten of te zitten of staan op de treden of de zijkanten van het zwembad in het geval van een ongeval, letsel of ziekte of met toestemming van de scheidsrechter. Een speler die legitiem het water heeft verlaten, mag bij een onderbreking van het spel, met toestemming van een scheidsrechter, terugkeren via het eigen terugkomvak.

26.2

In het geval dat een speler tijdens de wedstrijd een bloedende wond oploopt, gelast de scheidsrechter de speler onmiddellijk het water te verlaten, met het onmiddellijke inkomen van een vervanger en de wedstrijd zal zonder onderbreking worden voortgezet. Zodra het bloeden bij de gewonde speler geheel gestelpt is, is hij weer gerechtigd om als vervanger aan de wedstrijd deel te nemen.

26.3

In het geval van ongeval, letsel of ziekte anders dan een bloedende wond, kan de scheidsrechter, naar zijn goeddunken, het spel gedurende maximaal drie minuten onderbreken. In dat geval deelt hij de tijdopnemer mee wanneer de onderbrekingsperiode ingaat.

26.4

Mocht het spel stilgelegd worden vanwege een ongeluk, letsel, ziekte, een bloedende wond of een andere onvoorziene reden, dan brengt het team, dat op het moment van de onderbreking in balbezit was, de bal bij de spelhervatting in het spel op de plaats waar de bal zich bevond voor de onderbreking.

26.5

Behalve onder de omstandigheden als omschreven in WP 26.2 (bloeden) zal het de speler niet zijn toegestaan verder aan het spel deel te nemen als een vervanger in het veld is gekomen.