WP 14 Het begin van het spel

WP-14 Het begin van het spel

14.1

Het eerstgenoemde team in het officiële programma draagt de witte caps of caps met de kleur die hun land weergeeft en zal beginnen aan de linkerkant van de jurytafel. Het andere team draagt blauwe caps of caps van een contrasterende kleur en zal starten aan de rechterzijde van de jurytafel.

14.2

Bij het begin van elke speelperiode stellen de spelers zich op hun respectievelijke doellijnen op, ongeveer 1 meter uit elkaar en tenminste 1 meter van de doelpalen. Er mogen zich slechts twee spelers tussen de doelpalen bevinden. Geen enkel lichaamsdeel van de spelers mag zich daarbij op waterniveau over de doellijn bevinden.

[Opmerking; geen enkele speler mag de lijn naar voren trekken en de speler die voor de bal opzwemt mag bij de start of herstart zijn voeten niet tegen het doel plaatsen om te proberen van het doel af te zetten].

14.3

Wanneer de scheidsrechters zich ervan overtuigd hebben dat de teams gereed zijn, geeft één scheidsrechter het fluitsignaal om te beginnen gevolgd door het vrij laten of inwerpen van de bal op de middenlijn.

(KNZB: Inwerpen ter hoogte van de middenlijn op circa 2 meter uit de zijlijn.)

(KNZB: De scheidsrechter aan de zijde van de jurytafel geeft het beginsignaal, zodra zijn collega aan de overzijde van het speelveld duidelijk maakt dat alle spelers gereed liggen. Deze doet dit door zijn arm in verticale positie te brengen. De scheidsrechter aan de kant van de jurytafel, staat met een arm in verticale positie gereed. Zodra de collega zijn arm omhoog heft, gaat zijn arm in horizontale positie. Tegelijkertijd wordt het fluitsignaal ten teken van aanvang van de wedstrijd gegeven.)

14.4

Zou de bal met een duidelijk voordeel voor één van de teams ingegooid of vrijgekomen zijn, dan laat de scheidsrechter zich de bal aangeven en geeft hij een neutrale inworp op de middenlijn.